|
|  Daar heb je de kleine jongen, Turend, heel lang naar de lucht. Hij maakt de gekste sprongen, En slaakt dan een diepe zucht. Waar blijven nu die dingen, Waarop hij wacht al zo lang? Hij hoort ze ook niet zingen, En is zelfs een beetje bang. Beter wat spelen in het zonnetje, Op vaders groen gazonnetje. Een paasbloem hier en eentje daar, Moeder hangt de was op, er is geen gevaar. Maar ziet hij daar nou niet.... Een haasje huppelen op de wei? En ligt daar dan plotseling geen... Enorm, reuzegroot, chocolade-ei? Hij wrijft ongelovig in zijn ogen, Maar toch is het allemaal heel echt! De klokken zijn van Rome naar hier gevlogen, Zo zeker als wat, de juf heeft het ook gezegd!
|
|
Huidige waardering: 5.67 uit 27 stemmen
Dit gedicht is ingezonden door Samantha | |
Stemmen!
|
Hierboven kun je dit gedicht een waardering geven. Het aantal punten loopt van 1 tot 10, waarbij 1 heel slecht is en 10 heel goed. Klik je op stemmen, dan wordt je stem verzonden en ga je naar het volgende gedicht.
Printbare versie Volgende gedicht: Pasen Vorige gedicht: Pasen is voor groot en klein © 2008 - 2010 Jan Hengeveld. |
|